de Colleges

Naast de verhalen en foto's over het beklimmen van bergen op de fiets is er ook nog het één en ander te leren over diverse aspecten van het 'bergop' fietsen. In 'de Colleges' wordt een summiere uiteenzetting gegegeven over een paar fiets-relevante onderwerpen.

Klik op een onderwerp om er iets over te lezen.                        

                                                                                        

  1. de berekening van het stijgingspercentage

  2. de berekening van de hoogte-index  

  3. de verschillen tussen bergen en heuvels 
    ofwel het verschil tussen een colletje en een pukcoltje
      

  4. de echte bigCOLs     

  5. de meest efficiënte trapfrequentie  

  6. het wereld-uurrecord

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

de berekening van het stijgingspercentage          

Van iedere berg wordt altijd een stijgingspercentage gegeven.
Je kunt van een
Col zelf het stijgingspercentage berekenen.
Hiervoor heb je de af te legen afstand en het hoogteverschil nodig.
Die zijn op een gedetailleerde kaart meestal wel te vinden.

Het stijgingspercentage kun je van de
totale berg berekenen.
Dit levert het gemiddelde percentage van die
Col op.
In dat geval kijk je eerst wat de afstand, uitgedrukt in kilometers, is tussen startpunt en top.
In onderstaand voorbeeld is de weg 20 km lang. Deze 20 km vermenigvuldig je met een factor 10.
De lengte L wordt uitgedrukt in aantal km x 10.
L is in dit voorbeeld 20 x 10 = 200.
En verder is het hoogteverschil tussen start- en eindpunt van belang.
In dit voorbeeld is H = 500 m.
De berekening van het stijgingspercentage (S) van de totale berg is dan:
S = H / L
S is dus 500 / 200 = 2.5 %. Voor een ervaren bergfietser geen al te moeilijke berg.

 

In de Alpen zie je ook vaak kilometerpaaltjes langs de weg staan waarop wordt aangegeven hoeveel het stijgingspercentage is per kilometer.
Je weet dan precies wat je de komende kilometer te wachten staat.
Bij een af te leggen kilometer die 120 meter stijgt is het stijgingspercentage zoals je nu kunt berekenen 12%
(H=120 en L=1x10=10 --> 120 / 10 = 12%). En dat is ook voor een ervaren fietser harder werken.

Voor alle duidelijkheid:
Het stijgingspercentage is dus iets anders dan de hellingshoek.
Een hellingshoek wordt in graden weergegeven.
En een hoek van 45 graden is NIET hetzelfde als een stijgingspercentage van 45%.
Om dit verschil uit te leggen is de stelling van Pythagoras nodig:
a² + b² = c².
Bij een weg (c) van 1000 m. kun je vervolgens berekenen dat zowel 'a' als 'b'
ongeveer 707 m. lang (hoog) zullen zijn.
Dit komt dan overeen met een stijgingspercentage van (H / L = 707 / 10) ongeveer 71%.
Zelfs voor een ervaren fietser is dit onbegonnen werk !!??

In de bergen heb je meestal te maken met kleine hellingshoeken.
Een hellingshoek van bijvoorbeeld 15 graden komt overeen met een stijgingspercentage van ruim 25%.
En ga daar maar eens aan staan !!!

 

top

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

de berekening van de hoogte-index     
     

De Cols zijn niet allemaal even makkelijk te fietsen.
Naast weersomstandigheden en vorm van de fietser heeft ook de berg zelf een bepaalde moeilijkheidsgraad.
Verschillende methoden worden gehanteerd om die moeilijkheidsgraad te berekenen.
In
De Col-lectie wordt de methode aangehouden, die het Tijdschrift Fiets een aantal jaren geleden introduceerde.

De moeilijkheidsgraad wordt uitgedrukt in een hoogte-index.    

De hoogte-index is te berekenen door het kwadraat van het hoogteverschil (m) te delen door de lengte van de klim (km),
ofwel H² / L. Dit quotiënt wordt gedeeld door 10.000.
Een voorbeeld: de beklimming van de Col de Cayolle is 30 km lang. Het hoogteverschil is 1189 m.
De hoogte-index is dan: { (1189)² / 30 } / 10.000 = 4.71
En daarmee is de Col de la Cayolle geen moeilijke berg. Voor een totaal overzicht wordt verwezen naar onderstaande tabel.
Hierin is te zien dat de Mont Ventoux de hoogste index heeft van Frankrijk en Italië.
De ATB-bergen (Parpaillon en Paganella) zijn eveneens in dit overzicht opgenomen. Misschien maakt dit een zuiver vergelijk onmogelijk.

 

 

                 

 

 

 

 hoogteverschil

 

 

 lengte klim

de hoogte-index

 1

 Passo di Stelvio

 1842 m

 26 km

 13.0

 2

 Mont Ventoux

 1617 m

 22 km

 11.9

 3

 Cime de la Bonette

 1589 m

 24 km

 10.5 

 4

 Monte Bondone

 1459 m

 20.5 km

 10.4

 5

 Col du Parpaillon

 1178 m

 23 km

  10.3

 6

 Col du Tourmalet

 1267 m

 18 km

   8.9

 7

 Alpe d'Huez

 1126 m

 14.4 km

   8.8

 8

 Col du Grand Colombier

 1200 m

 16.5 km

   8.7

 9

 Col d'Aubisque

 1191 m

 16.6 km

   8.5

 10

 de Paganella

 1178 m

 23 km

   6.0

 11

 Col de Pontis

 501 m  

 5 km

   5.0

 12

 Col de la Cayolle

 1189 m

 30 km

   4.7

Vetgedrukt zijn de Cols uit De Col-lectie.

  

 top

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 de verschillen tussen bergen en heuvels
 

Wat bepaalt nu of een hoger gelegen deel in een landschap een berg of een heuvel is?
In de terminologie van De Collectie zijn alle bergen in Nederland eigenlijk allemaal '
pukCOLtjes'.
Ze zijn het beklimmen zeker waard, maar niet berg genoeg om in De Collectie te worden opgenomen.

Het verschil tussen bergen en heuvels is moeilijk te trekken en niet éénduidig vastgelegd. In de ene encyclopedie staat vermeld dat je pas van een berg mag spreken als de hoogte meer dan 300 m is. Anderen hanteren een grens van 500 m. Neem als voorbeeld de Keutenberg, een Zuid-Limburgse heuvel van 135 m hoog. Steil om te beklimmen, maximaal 22%, maar toch zeker geen berg. In Nederland noemen we ieder 'pukkeltje' een berg. Nog vreemder is het, als tijdens de Eneco-ronde de wielrenners een sprint inzetten tijdens het oprijden van de Van Brienenoordbrug om punten te verdienen voor het BERGklassement. Ik zou niet in zo'n
COLtrui durven rijden, als ik als eerste boven kwam.

De enige officiele informatie over een berg werd in de Encarta gevonden. Daarin wordt een berg gedefinieerd als 'een opvallend boven het omringende aardoppervlak uitstekende bodemverheffing. Bergen zijn meestal restanten van een door erosie en verwering aangetast, omhoog gestuwd gedeelte van de aardkorst'. Het is niet de meest poëtische beschrijving, maar het geeft wel weer, wat er onder het asfalt ligt als je staand op de pedalen naar het hoogste punt van de Col rijdt.

Voor alle duidelijkheid: bergen boven de 1000 m komen alleen in aanmerking om opgenomen te worden in
De Col-lectie !! 

De afdaling van de Keutenberg (1988)


 
top
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

de echte bigCOLs

 

Het beklimmen van de bergen uit De Col-lectie vond ik een aardige prestatie. Maar dat stelt niets voor vergeleken met deze ECHTE BIKKELS. Jongens die geen berg te hoog vinden. In het Guinness Book of World Records las ik:

    FIETSTOCHT OP GROOTSTE HOOGTE
    Siegfried Veheijke, Luc Belet en Martin Adserballe reden op hun mountainbikes op een hoogte van 7008 m op de besneeuwde toppen van de Muztagata in de Chinese provincie Xinjiang, op 11 augustus 2000. Het kostte hen 14 dagen om de hoogte te bereiken, ze moesten hun mountainbikes - met gewicht tussen de 10 en 12 kg - boven op hun rugzaken meedragen.

     

     

     

 top
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

de meest efficiënte trapfrequentie
 

Waarom is 100 keer rond trappen van de pedalen het meest efficiënt?
(deze informatie is terug te vinden op de website van de Faculteit Bewegingingswetenschappen van de Vrije Universiteit, Amsterdam)

Tijdens het fietsen zijn de spieren aan de voorkant van ons bovenbeen erg belangrijk. Het gevolg van het afwisselend aanspannen en ontspannen van de bovenbeenspieren is dat de pedalen rond gaan. Hoe vaak de pedalen per minuut rondgaan wordt o.a. bepaald door de snelheid waarmee de bovenbeenspieren samentrekken. Indien de spieren sneller samentrekken, dan strekken de benen zich sneller en gaan de pedalen sneller rond. Tijdens een langdurig maximale inspanning maken wielrenners zo rond de 100 pedaalslagen per minuut terwijl ze makkelijk 150 pedaalslagen per minuut kunnen halen. Alle werelduurrecords zijn bijvoorbeeld gefietst met een gemiddelde trapfrequentie van rond de 100 pedaalslagen per minuut.Het lijkt daarom logisch te veronderstellen dat de bovenbeenspieren tijdens fietsen optimaal presteren bij 100 omwentelingen per minuut.

Bij de Faculteit BewegingsWetenschappen in Amsterdam wordt onderzoek gedaan naar de relatie tussen de snelheid waarmee een spier samentrekt, de kracht die hij levert en de hoeveelheid energie die hij gebruikt. Voor een belangrijk deel wordt dit onderzoek gedaan met geïsoleerde spieren. Dit type onderzoek heeft geleerd dat er een vaste relatie bestaat tussen de kracht die een bepaalde spier kan leveren en de snelheid waarmee hij samentrekt: hoe sneller de spier samentrekt des te minder kracht hij kan leveren.

Omdat snelheid ten koste van de kracht, zou je misschien verwachten dat het handig zou zijn om tijdens fietsen langzaam te trappen (een zwaar verzet te kiezen) want dan kun je immers veel kracht leveren. Het gaat echter niet alleen om de kracht maar ook om de snelheid. Indien we kracht en snelheid met elkaar vermenigvuldigen krijgen we het vermogen. Uit het onderzoek aan geïsoleerde spieren blijkt dat spieren het grootste vermogen leveren als ze samentrekken met een snelheid waarbij ze 30 % van hun maximale kracht leveren. Bovendien blijken spieren dan ook nog eens het minste energie te gebruiken, dus het meest efficiënt te werken. Er is dus tijdens het samentrekken van spieren een bepaalde optimale combinatie van kracht en snelheid. Voor de bovenbeenspieren tijdens het fietsen wordt die optimale combinatie kennelijk bereikt bij een trapfrequentie van 100 pedaalslagen per minuut. Tijdens laboratoriumtesten op een speciaal ontwikkelde fiets bleken zowel lagere als hogere trapfrequenties inderdaad te leiden tot een lager vermogen en lagere fietssnelheden.

bron:http://www.fbw.vu.nl/onderzoek/trappen.html

 

 


 
top
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

het wereld-uurrecord op de baan

Mannen

Het wereld-uurrecord wielrennen op de baan staat op naam van Chris Boardman. Hij verbeterde in 2000 het record van  Eddie Merckx met 10 meter!!

Merckx reed in 1972 op de wielerbaan van Mexico Stad op 2278m hoogte een afstand van 49.431m.
Boardman reed in Manchester (op zeeniveau) 49.441m.

Tussen 1972 en 2000 is het wereldrecord een paar keer gebroken. Echter de records zijn door de wielerunie allemaal weer uit de boeken geschreven, omdat de fietsen te 'high-tech' waren.

Zodoende tellen de records van Francesco Moser niet.Hij reed in 1984 enkele malen boven de 50km/uur. Zijn baanrecord staat op 51.151m.

Boardman heeft in 1996 het record van Moser overigens verpletterd.
Hij reed de snelste tijd ooit op een baan. Op een zeer geavanceerde fiets haalde hij een afstand van 56.375m. Dit record wordt nu door de UCI als de 'beste wereldprestatie' vermeld.

Eddy Merckx in 1972 op weg naar het wereld-uurrecord

Vrouwen

Bij de vrouwen verbeterde Leontien van Moorsel op 1 oktober 2003 het wereld-uurrecord wielrennen op de baan. Zij nam het record over van Jeannie Longo, die in 2000 in Mexico Stad 45.093m. reed.

Leontien van Moorsel reed eveneens in Mexico Stad. Zij reed ruim één kilometer verder in 1 uur en bracht het damesrecord op 46.349m.

Leontien van Moorsel verbetert wereld-uurrecord op de baan in Mexico Stad (2003)

 top
 

 

 

 

 

Als je geen navigatiebalk en frames ziet, klik dan hier